“Waar gaan we heen?” vraagt Fira aan haar oom. Fira zit samen met haar oom op de bok van de wagen. De wagen is vol beladen met rietemanden met daarin grote balen linnen. De wagen is een erfstuk van de overgroot opa van Fira. De wagen is al oud en versleten, het is al vaak voorgekomen dat de wagen een wiel verloor of een as brak. De vader van Fira, die erg handig is, heeft dan veel werk om de wagen weer in orde te maken. Toch koos de vader dat boven het aanschaf van een nieuwe wagen. Ook nu was de wagen net weer rij klaar, je kon goed zien dat het rechterwiel van een ander houtsoort gemaakt is dan de rest van de wagen. De oom van Fira was meteen begonnen met het volladen van de wagen. De oom van Fira, Haddie, zit in de linnen handel. Haddie is een kei in onderhandelen over de prijs en heeft een neus voor het fijnste linnen. De linnen handel is een kleine maar goede handel en kent een piek maand in het jaar, de maand December. Alle families willen er dan mooi bij zitten aan de rijkversierde kersttafel. Haddie had vele soorten linnen leren kennen, hele exclusieve fijne linnen maar ook eenvoudig doch keurig ogend linnen. Er is natuurlijk ook namaak linnen in omloop maar dat is bij Haddie niet te koop.
Vandaag is een mooie heldere dag, het is 23 december dus twee dagen voor kerst. Fira was vandaag de hele dag al opzoek naar aanspraak, niemand had echter veel tijd voor haar. Haar moeder verwees haar door naar Haddie die op het punt stond een bestelling af te leveren. Fira liep opgewekt richting Haddie om hem te vragen of hij misschien even tijd voor haar heeft. Haddie ziet er gehaast uit en vertelt haar dat hij heel veel haast heeft en eigenlijk al een half uur onderweg had moeten zijn. Haddie ziet een teleurgestelde Fira en bedacht dat ze misschien wel mee kon op de bok. Fira is maar al te blij met dit aanbod en springt op de bok naast haar oom Haddie. Fira zwaait naar haar moeder als de wagen langs het keukenraam schuift. De moeder van Fira keek iets verbaast maar is al snel weer in haar eigen bezigheden verwikkeld.
”Waar gaan we heen?” Haddie vertelt dat de bestelling voor de Heer de Kratt is. Fira schrikt van deze naam, de Heer de Krat is een kluizenaar die in en groot huis over de rivier woont. Fira is nooit bij dat huis geweest en over de Heer de Krat heeft ze mysterieuze verhalen gehoord. De Heer de Krat zou nooit buiten komen en daarom zou zijn huid zo grijs zijn als een muis. De brug over de rivier naar het huis van de Heer de Krat zou ook al jaren niet meer worden gebruikt omdat hij op instorten staat. De Heer de Krat krijgt ook maar een keer per maand bezoek van de kruidenier uit het dorp van over de rivier. Fira vertelt al haar zorgen over de Heer de Krat aan Haddie, Haddie haalt zijn schouders. Fira vindt het maar niks en ze ziet de brug al naderen. Haddie moet toegeven dat de brug er niet al te stevig meer uitziet en besluit om de brug ter voet te testen alvorens er met de vracht over te gaan. Fira blijft rustig op de bok achter. Haddie loopt voorzichtig tot halverwege de brug, al zwaaiend naar Fira zet hij vol goede moed een paar stevige stappen. De brug begint te bewegen, Haddie moet maken dat hij aan de overkant komt, het laatste deel van de brug ligt nu in de rivier.
Nadat Haddie is bekomen van de schrik roept hij naar Fira dat ze rustig moet blijven. “Ik bedenk wel iets, pak maar wat te eten van onderuit de bok.” Fira dacht zelf ook al diep na over een manier om Haddie terug op de wagen te krijgen en pakt ondertussen een stuk brood en kaas van onderuit de bok. Haddie probeert ondertussen het stuk brug te pakken te krijgen wat langzaam stroomafwaarts drijft, de stroom gaat te snel en de rivier is te diep, Haddie geeft het op. Haddie gaat op het gras zitten aan de oever. Fira heeft haar brood op en aait rustig het paard voor de wagen. Fira en Haddie worden opgeschrikt door het gekraak van wagenwielen.
wordt vervolgd
februari 19, 2009 at 15:49 |
[...] 4. Gebruik nooit wordt vervolgd! [...]